News blog

Ontwerpster naar rechter om 'Proplamp', slaafse nabootsing?

Date: 
10.02.17

Ontwerpster en oud Nederlands hockeyinternational Margje Teeuwen verscheen deze week in verschillende media naar aanleiding van de zitting in haar rechtszaak tegen IKEA. Het geschil: IKEA zou haar ‘Proplamp’(afbeelding links) namaken en verkopen onder de naam ‘Krusning’ (afbeelding rechts).

 

Haar ontwerp was in 2008 geboren uit frustratie: teleurgesteld met haar schetsen propte zij deze op een avond tot één bol. Tot haar verbazing ontstond een esthetisch bevredigende vorm, welke zij vervolgens incorporeerde in eerste versie van de Proplamp. In mei 2014 ontving de lamp een golf publiciteit in designbladen na de eerste officiële tentoonstelling. Tot Teeuwens ontsteltenis, echter, bleek dat in begin 2015 ook in de IKEA een lamp in de vorm van een prop papier zou verschijnen. Haar brieven naar IKEA mochten niet baten. Integendeel: de lamp lag vervroegd in november 2014 in de winkel. De reactie tegenover Teeuwen? IJslandse ontwerpster Siga Heimis had in 2012 de IKEA-lamp ontworpen.

 

Teeuwen heeft besloten het er niet bij te laten zitten en een rechtszaak aan te spannen. Opmerkenswaardig is dat haar vordering niet is gegrond op schending van haar auteursrecht, maar slechts op slaafse nabootsing.

 

Een beroep op ‘slaafse nabootsing’ is een vorm van onrechtmatige daadsactie (art. 6:162 BW) waarmee in speciale gevallen, waarbij de intellectuele eigendomsrechten geen uitkomst bieden, alsnog producten van de geest beschermd kunnen worden. Voor een verbod op grond van slaafse nabootsing vereist de rechtspraak herhaaldelijk dat het nagevolgde product zich aanmerkelijk onderscheidt van het uiterlijk van de andere in handel zijnde producten. Daarmee moet het product een ‘eigen plaats op de relevante markt’ bezitten. Dit moet leiden tot verwarring bij de gemiddelde consument.

 

Voor slaafse nabootsing geldt dan ook een zwaardere maatstaf dan voor auteursrechtelijke bescherming. De ratio van de keuze van rechtsgrond ligt dan ook in het risico van veroordeling tot de volledige (werkelijke) proceskosten die gemaakt worden, dat bestaat indien Teeuwen de rechtsstrijd verliest – áls de rechtsstrijd in het kader van intellectuele eigendomsbescherming wordt gevoerd. In een zodanig geval kan de proceskostenveroordeling tot voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk omvangrijke proporties uitgroeien. Teeuwen zal dit gevaar als wezenlijk ervaren, gelet op de middelen die IKEA ter beschikking heeft.

 

Dit geval is bij uitstek een voorbeeld van het omgekeerde ‘chilling effect’ van de handhavingsrichtlijn en het daarbij horende artikel 1019h Rv. Deze regel heeft als doel om: ‘het niveau van de bescherming van de intellectuele eigendom te versterken door te voorkomen dat een benadeelde partij ervan zou worden weerhouden om ter waarborging van zijn rechten een gerechtelijke procedure in te stellen’. De gestelde benadeelde partij ziet zichzelf er in dit geval juist van weerhouden om haar intellectueel eigendom te beschermen op de meest kansrijke grond.

 

Hoe dan ook, een van de vragen die de rechtbank van Amsterdam naar verwachting zal moeten beantwoorden is of de publicatie van Teeuwens ontwerp in vele designbladen maakt dat haar ontwerp een eigen plek op een bepaalde markt heeft.

 

Het vonnis wordt in de loop van maart verwacht.

 

Door: Christiaan Schuurs